|
Teun en Maartje en het uiltje die niet kon vliegen...
Bij het huis van Teun en Maartje is het een drukte van belang.
In het anders zo rustige bos zitten de vogels in de boom nieuwsgierig naar beneden, naar het huisje van Teun en Maartje te kijken. De konijntjes zitten verscholen in de struiken en durven niet tevoorschijn te komen. Wat is er aan de hand? Zal ik het je vertellen?
Er is vanmorgen een fiets voor Teun gebracht.
Teun is best al een oude kabouter en die vinden het niet zo fijn om steeds zo veel en ver te moeten lopen. Maar de dieren hebben nog nooit een fiets gezien en vinden het maar eng.
“Ga je mee achterop, Maartje?” vraagt Teun. Maar Maartje wordt helemaal bleek. Nee, ze wil echt niet mee, echt niet. Maartje vindt dat ding ook eng.
“Nee Teun, ga jij maar fijn zelf een tochtje maken. Ik ga vast eten klaarmaken. Blijf je niet te lang weg?”
Teun belooft het Maartje en dan gaat hij weg. Maartje moet lachen want Teun is zo blij.
Hij fiets over het bospaadje, bij het meertje langs tot aan het grote grasveld en daar gaat hij even uitrusten.
Hehe, dat is fijn, denkt Teun terwijl even in het gras gaat liggen. Zo even uitrusten. Hij doet zijn ogen dicht, heel even maar. Hmmmm, heerlijk is dat.
Maar dan…..hoort hij het goed? Hij luistert nog eens, en nog eens. Ja echt, hij hoort wat. Hij hoort iemand zacht snikken. Wat zielig! Wie is dat en waarom huilt hij zo?
Teun staat op en gaat zoeken. En daar in de struiken, daar ziet hij het al. Daar ligt Gijs, een uiltje. Hij kent de ouders van Gijs heel goed, dat zijn vrienden van hem.
“Waarom moet je zo huilen?” vraagt hij aan Gijs.
“Ik ben”, snikt Gijs, “uit de boom gevallen.”
Ach, wat sneu.
“Heb je je pijn gedaan?” vraagt Teun belangstellend, maar Gijs schudt zijn hoofd.
Nee, hij heeft zich niet pijn gedaan.
Daar snapt Teun niks van. Als je geen pijn hebt waarom huil je dan?
Maar Gijs begint nog harder te huilen. Het is echt zielig.
“Ik kan nog steeds niet vliegen”, zegt hij, “ik ben al zo groot en steeds probeer ik het weer. Maar iedere keer val ik uit de boom.”
Ja zeg, dat is erg! Een uil hoort toch te vliegen.
Teun schudt zijn hoofd eens. Ja, hij heeft de dieren in het bos er wel over horen praten. Over Gijs, die nog steeds niet kan vliegen. Zijn vader en moeder schamen zich er heel erg voor. Zelfs de kleinste vogeltjes kunnen vliegen, maar Gijs, hun trots….
Steeds weer probeert hij het, en steeds weer valt hij uit de boom.
Teun heeft medelijden. Want Gijs wil nu oefenen zonder dat iemand het ziet, want hij vindt het zo erg dat zijn moeder steeds moet huilen als het weer niet lukt. En nu is hij heel ver van huis.
“Zal ik je naar huis brengen?” vraagt Teun, “ik ben op de fiets. Als je op mijn stuur gaat zitten dan hoef jij ook niet te lopen.”
Ja, dat wil Gijs wel. Het lijkt hem wel leuk om bij Teun op het stuur te zitten. En het is ook fijn dat hij dat hele eind niet hoeft te lopen. En zo gaan Teun en Gijs op weg naar de uilenfamilie.
Maar onderweg gebeurt er iets vreemds! De wind komt onder Gijs’ vleugels en langzaam gaat hij omhoog. Huh? Teun kijkt verbaasd omhoog. En Gijs vliegt klapwiekend weg.
“Teun! Teun! Zie je dat? Ik vlieg”, juicht Gijs en warempel. Het is echt waar. Gijs vliegt! Wat zullen zijn ouders blij zijn en wat heerlijk voor Gijs dat hij nu wel kan vliegen. Dat kwam doordat de wind onder zijn vleugels kwam toen hij op Teuns stuur zat. Fijn he?
*************
Dag lieve lezertjes tot volgende week voor weer een nieuw avontuur van Teun en Maartje...
Liefs Famke |